Varkens en babykokers
Van Matsumoto voor een korte stop naar Nagano om daar een driehonderd jaar oude houten tempel te bekijken. Enorm ding, heel mooi. Na een paar uur weer verder gegaan, naar Nozawa Onsen. Nozawa is een skidorp en wij zijn ontzettende mazzelaars: het is hier enorm aan het dooien, maar net de avond dat wij aankwamen (gisteravond) sneeuwde het een paar uur flink. Verse laag sneeuw op de pistes dus, en toen brak vanmiddag ook nog de zon door. Het dooit weer als een dolle, dus we houden het bij deze ene prachtige skidag en trekken morgen weer verder.
Maar eerst vanavond nog naar een onsen (badhuis), gehuld in ons nieuwe, nog mooiere, hotelpakje, want ja, daarin gaat iedereen hier gewoon over straat.

Nozawa heeft een heleboel badhuizen, gevuld met heet, naar zwavel riekend water uit natuurlijke bronnen. Japanners vinden het leuk om met veel mensen tegelijk in deze zwavelpoelen te zitten. De vrouwen schrobben zich eerst uitgebreid van top tot teen, en daarna nog een keer, voor het onwaarschijnlijke geval ze het de eerste keer niet goed hebben gedaan. De mannen plonzen er zo in, de varkens. Een man dronk zwavelwater uit het bad waarin alle mannen aan het weken waren, en bood de jongens ook een slok aan. Dat was gezond, zei hij. Varken 2. Een vrouw nam haar 1 jaar oude baby mee het snoeihete zwavelwater in. De baby, wiens huid rood uitsloeg, was het daar natuurlijk niet mee eens. Elke rechtgeaarde Hollandse baby had het op een krijsen gezet, maar dit arme jongetje hield het bij zacht wanhopig gejammer. Zelfs de Japanse baby’s zijn beleefd.
We zijn hier pas krap vier dagen, maar:
- Tempels? Check!
- Kasteel? Check!
- Museum? Check!
- Badhuizen? Check!
- Skien? Check!
- Vis/soep/tofu voor ontbijt? Check!
- Sake drinken? Check!
- Stadjes? Reeds drie, Check!
We doen het dus in Amerikaanse stijl. Alles al gedaan maar we hebben nog anderhalve week vol te maken, wat moeten we in vredesnaam nu gaan doen om die tijd te vullen?
When in Rome…
Zoals het goede gasten betaamt, proberen wij ons aan Japan aan te passen. We scheppen genoegen in het uitwisselen van buiginkjes met iedereen, trekken braaf overal onze schoenen uit en doen leen-slofjes aan, en maken geheel naar Japans gebruik met een grote smile suffe poseerfoto’s voor monumenten:

Het stoppen voor rode stoplichten bij het oversteken van de straat wil nog niet zo lukken, maar dat terzijde.
Wat weer wel goed lukt is ons conformeren aan de groep. Japanners behoren graag tot een groep, welke groep dan ook, dus waarom niet tot de groep van dit hotel? En dat je bij deze groep hoort, wil je vervolgens ook graag laten zien. Wat natuurlijk goed kan door middel van kleding, dus ziedaar: het hotelpakje. Iedere gast krijgt een pakje, een soort pyjama, te leen die je aan dient te doen als je naar het badhuis op de bovenste verdieping gaat. Maar waar je ook gerust mee aan de ontbijttafel mag verschijnen, of ’s avonds in naar de receptie kan gaan om iets te vragen. Wat ik allemaal enthousiast heb gedaan. Gêne? Welke gêne?
Zo hobbelen wij samen met onze groepsgenoten vrolijk in ons pakje rond:

En Bas moest denken aan “ We are all individuals” uit Monty Python’s ‘Life of Brian’: http://www.youtube.com/watch?v=LQqq3e03EBQ
Er was eens… een paard
Ons eerste diner in Japan. Het stadje Matsumoto krijgt weinig Westerse toeristen; men spreekt hier dus geen Engels en de menukaart was naast de niet-zo-duidelijke plaatjes geheel in het Japans. Het weinige dat we te weten kwamen is dat het bordje vlees op het plaatje paardenvlees was. Nou, doet u ons dat dan maar. Ik rook er eens aan, nam een heel klein hapje en bedankte verder voor de eer. Bas was stoerder en nam een paar happen. Die hij vervolgens na een paar kauwbewegingen gruwend in een servet deponeerde en in een donker hoekje legde. Arjen, als het op eten aankomt niet voor een kleintje vervaard (zonder problemen rauw ei en makreel bij het ontbijt vanmorgen), werkte zich dapper door de diverse ondefinieerbare uitvoeringen paard heen. Tot Bas en ik na enige tijd ook uit zijn hoek kokhalsgeluiden hoorden. Arjen legde zich bij het onvermijdelijke neer en spuugde ook zijn laatste doorgekauwde hap in een servet.
De servetten met paard hebben we overigens mee naar buiten gesmokkeld. We blijven natuurlijk wel beleefd en discreet, we zijn tenslotte in Japan.
