ilseoppad.reismee.nl

This is a man's world

Op mijn eerste tocht door het gebied brak er een bui los, dus in het nabij gelegen dorpje een bar ingedoken. De barman en de aanwezige mannelijke gasten keken mij donker aan. Een indringer! En nog een vrouwmens ook! Van onder zijn wenkbrauwen mij chagrijnig aanloerend probeerde de waard mij zijn zaak uit te kijken. Barretjes zijn hier duidelijk een mannenaangelegenheid. Fuck it, ik blijf toch, weet je wel hoe hard het regent buiten? Met enig vilein genoegen zette ik mij pontificaal aan de bar, barman beetje sarren. Een mannetje naast mij begon een gesprek met me. Hij zag er een beetje sukkelig uit, miste het een en ander aan tanden en werd door de barman straal genegeerd. Had ik hier te maken met de dorps-loser? Half in Spaans, half in Italiaans een heel gesprek met het mannetje gevoerd. Dorpssukkel of niet, hij was aardig, hij blij ik blij.

Oude mannen...

Een heel gezellige week met mijn ouders doorgebracht in de buurt van Napels. Napels gezien natuurlijk, en de Amalfi-kust, die zelfs in een storm nog mooi was. Cultureel verantwoord gedaan bij de opgravingen van het antieke Pompei en Herculaneum, en helaas geen mooie koralen sieraden mogen kopen van mezelf, want dat is dan weer minder verantwoord. En het zouden de Dekkertjes niet zijn als we ook niet een paar dagen eindeloos boeken hadden gelezen en onze Sudoku-verslaving hadden uitgeleefd (Wim dan). Na een week lief te zijn volgestopt met vitamines en chocolaatjes door Suze kon ik er wel weer even tegen, dus na het afscheid vertrokken naar het prachtige maar nogal frisse nationaal park Abruzzo.

Bij aankomst was het zo koud dat ik voor de eerste nacht maar een B&B in dook. Het werd gerund door een bejaard echtpaar. De man kwam me wat folders brengen en wilde niet meer ophouden met vertellen hoe mooi ik wel niet was. Er kwamen handkussen bij. En wangknijpen. Toen hij mijn wang niet meer wilde loslaten en aanstalten leek te maken om me te bespringen, deinsde ik zo duidelijk terug dat hij eindelijk doorkreeg dat ik niet gecharmeerd was van zijn avances. Waarop hij vroeg: “Het komt zeker omdat ik te oud ben?” Wat denk je zelf, ouwe gluiperd? De kamerdeur ging erg op slot die nacht.

De volgende ochtend naar een camping vertrokken, waar ook de gepensioneerde campingbaas het niet kon laten in mijn wang te knijpen en bij het weglopen op mijn kont te slaan. Ik dacht aan Lubbers. Het is zoals Dave zei: oude mannen, geile mannen.

Een tevreden zwervende herfstkat

Het was 15 graden. De beroemde azuurblauwe zee bij de Amalfi-kust had witte schuimkoppen en klotste hoog tegen de kades op. De regen hoosde met overtuiging en de wind sloeg door de boomtoppen. Sinaasappels ploften kapot op de grond. Mijn paraplu waaide weg. Treurige Ilse in haar klamme tentje? Neen, want ik zat hoog en droog in de camper van mijn ouders, met mijn voeten op een elektrisch verwarmd matje. Mijn moeder kookte een kippensoepje. Ik deed een kaarsje aan, de Ipod zong liedjes en mijn vader zat tevreden aan zijn whisky. Kneuterig lachte ik de regen buiten uit.

Kabouters

Ik was in de hak van Italie. Er was een stadje met Barok-basilieken, er was een groot druipsteengrottenstelsel, een oerbos zo oud dat ik stiekem hoopte op kabouters, en er waren een paar Unesco World Heritage dorpjes. Dit was er een van:

Ik zeg: als zij op de Unesco-lijst staan, dan mag onze Efteling er ook op!

Ganzenlever

Na op Sicilië behoorlijk lui te zijn geworden in de zon werd het tijd voor actie, wilde ik nog wat van Italië zien. Dus een ambitieuze reis door Zuid-Italië bedacht, zoals de jongens me in Japan hebben geleerd. Eerst in een natuurpark geweest. Het was heel mooi, maar bijna uitgestorven, ik was de enige gast in het B&B, de restaurants waren dicht en mijn enige praatje van de dag was met de wat gedeprimeerde gepensioneerde moeder van de pensionhouder. Het was een lief mensje dat zodra ze me zag thee voor me ging zetten, en in half Zwitsers-Duits (waar ze een tijdje had gewoond), half Italiaans konden we nog best aardig gesprekken voeren over de ernst van het leven. Maar na twee dagen had ik toch echt behoefte aan meer gezelligheid.

Om mijn humeur op te klaren eerst maar even een ingewikkelde route over zo klein mogelijke weggetjes diep het binnenland in uitgestippeld om met de Fiat te bedwingen.

Een prachtig landschap zoals ik nog nergens anders heb gezien. Op de iPod muziek van een zanger uit de Dominicaanse Republiek, sentiment uit mijn studietijd Spaans, die er eigenlijk totaal niet bij paste maar die het ‘m vreemd genoeg toch wel deed (http://www.youtube.com/watch?v=M_RXHWXy_hk). Een leeg spookdorp tegen een berg geplakt. De weg een gatenkaas zodat het rijden op een videogame leek. Stugge herders en dorpelingen die me aanstaarden als ware ik een alien, en die stuk voor stuk nors weigerden mijn begroeting te beantwoorden. De dag had al met al een bijna buitenaards sfeertje. Vreemd, maar wel lekker.

’s Avonds in Matera aangekomen, een toeristisch stadje beroemd om haar grotwoningen. Zoals gehoopt inderdaad gezelliger! Het is in Zuid-Italië absoluut niet gebruikelijk dat een vrouw alleen uit eten gaat, maar ja, deze streek staat bekend om zijn goede eten, zelfs onder de kritische Italianen, dus mij toch maar over mijn schroom heen gezet. Eerst maar eens een wijntje op een terras. Bleek ik een plateautje met zes verschillende schaaltjes met hapjes bij te krijgen. Daarna in het restaurant kon ik het niet maken om maar één gang te bestellen, als je er hier drie of vier hoort te eten. Twee dus, da’s toch wel het minste. Er kwam een liter water, een grote mand brood, en een kannetje wijn (één glas vond de ober maar raar, dat deed-ie niet hoor). De eerste gang was groot. Toen kwam de ober, die mij aardig (of sneu, haha) vond, nog extra voorgerechten brengen. En daarna gang twee nog, een enorm bord. Ooooh have mercy… met buikpijn me door slechts de helft van mijn eten heengeworsteld, maar man oh man wat lekker!

Dat moest de dag erna maar herhaald worden, dus voor de lunch me naar een ander tentje begeven. De serveerster keek me geschokt aan toen ik dreigde maar één gang te bestellen. Ok, twee dan. Weer net zo lekker als de voorgaande avond. Op een derde van gang twee begon ik te haperen en ging ik over tot een sms intypen op de mobiel. De ADHD-kok kwam langs gestuiterd en riep mij vrolijk doch dwingend toe dat ik door moest eten voordat het koud werd, kom aan, mobiel in de bosjes gooien en genieten van je eten! Ja meneer. Wankelend ging ik na de maaltijd op weg naar mijn auto. Kwam ik langs een bakkerij met lokale specialiteiten….tja, daar kon ik natuurlijk niet aan voorbij lopen. Dus ook nog een selectie minigebakjes er achteraan gestuft. Ik begin het te leren.

Mooi hier!

Eerst even een huishoudelijke mededeling naar aanleiding van een vraag van iemand over de kaart. Je kunt met het kruisje linksboven het kaartje hiernaast vergroten. Het kan ook ingewikkeld: als je boven dit verhaal naar het tabblad ‘kaart’ gaat, kun je via het laddertje links dieper op de kaart inzoomen. Wel daarbij de kaart soms verschuiven met je muis zodat de meest recente plek in het midden blijft staan. En dan kun je dus zien waar ik nu ben. Mocht je dat willen. Want misschien is het teveel, nu bij jullie de herfst helaas is teruggekeerd.

Ik ben na de prachtige Etna inmiddels op een ander, en net zo mooi deel van het eiland. De Siciliaanse campingbaas is een niet onaardig en ietwat pedant klein menneke die met trots zijn goede Engels laat klinken, ongevraagd ook nog meldt dat hij Frans spreekt en op mijn vraag of hij Duits spreekt nuffig zijn neus optrekt. Hij kleedt zich zoals het een Italiaan betaamt: goed overhemd, vouw in de pantalon en mooie schoenen – geen hemd en campingslippers voor deze padrone. Hij heeft een air alsof hij de mooiste camping van Sicilië heeft. Wat misschien ook wel zo is, want de met bomen bespikkelde terrassen lopen tot aan de kraakheldere zee, het zwembad wordt elke dag bijgevuld met vers zeewater en de kampeerplaatsen kijken uit over zee:

De campingbaas beklaagde zich bij me over de Siciliaanse gasten – vanwege het weekend hadden zich een hoop gezinnen uit Palermo bij de Hollanders en Duitsers op de camping gevoegd. Hij vond ze maar slechte manieren hebben: te luid, en te hard muziek aan, en voetballen waar hij het niet wil hebben, en dan gingen ze ook nog barbecueën. Dat was maar niks, Sicilianen. Nee, dan ik, ik had het goed bekeken volgens hem, zo rustig in mijn eentje voor mijn tent, een beetje mijmeren en over de zee uitkijken. “Iet ies nice to be alone”. Hij wierp nog maar eens een blik op mijn borsten en vervolgde zijn weg.

Verborgen werkloosheid

In het kleine supermarktje waren twee kleine counters direct naast elkaar: een met vlees en een met kazen. Achter het vlees stond een man, achter de kazen stond een vrouw. Bij de man haalde ik eerst vlees, en daarna wilde ik kaas voor mijn kreupele Duitser bij hem bestellen. Noooo signora, hij was alleen van het vlees. Voor de kaas moest ik bij de vrouw zijn. Bij de vrouw stond een rij mensen, ik sloot als vijfde aan. De vrouw werkte hard om haar rij klanten van dienst te zijn, de man stond vriendelijk glimlachend niets te doen. Toen ik aan de beurt was, als laatste, vroeg ze de man mijn kaas te verzorgen. Zij stond daarop met haar handen op haar rug grapjes met hem te maken. Komische mensen hier.

Ilse Lauda

Ik draai heel veel bochies de bergen door, raampje open. Druk hier en daar bij een vollopend kruisinkje in een oud stadje mijn auto een beetje door, want ik doe als de locals en ik zal me toch zeker niet op m’n kop laten zitten door zo’n Siciliaan zeker. Schakel nog eens terug en grommend enthousiast gaan de Fiat en ik weer een haarspeldbocht omhoog.

Toen het bovenstaande allemaal goed beviel dacht ik mij ook best in een grote stad te kunnen wagen. Tijdens spitsuur. Ok, dan, dat was een interessante ervaring. Rijbanen, daar doet men hier niet aan, er zijn zoveel rijbanen als er tussen de geparkeerde auto’s passen. Motoren en scooters gaan links en rechts en tussendoor voorbij. Een klein kind voorop een grote motor zonder helm maar met een lollie, dat mag ook. Keren op een drukke rijbaan waardoor alles vastloopt kan gewoon. Voorrang heb je niet, en krijg je al helemaal niet, voorrang neem je. Hier geldt het recht van de brutaalste: je gaat gewoon allemaal tegelijk de kruising op, en degene met het meeste lef die het hardst zijn auto doordrukt, die wint. Resultaat was wel een totaal verkeersinfarct, maar daar scheen niemand zich overdreven druk om te maken.

Ik dacht, als ik mij gedraag zoals in Holland dan kom ik nooit thuis, dus ik heb opgeschaald naar de hogere Siciliaanse rijkunde en heb mij net zo hondsbrutaal door het verkeer gemanouvreerd. Ook nog te hard en enigszins scherp een motor ingehaald, die achteraf van een politieagent bleek te zijn, maar die leek het volkomen normaal te vinden en liet mij gewoon lekker begaan. Lachen man, dat rijden hier. Er zullen nu wel een aantal mensen thuis moeten slikken en mij uitmaken voor dwaas, maar ik voel me hier eigenlijk best thuis in het verkeer. Wat ook wel logisch is want dit is natuurlijk ook die Heimat van de Fiat.

Misschien is fietsen hier wel een minder goed idee. De oudere Duitse man naast mij is door een Siciliaan van zijn racefiets gereden. En toen was de peperdure carbon-racefiets in fünf Stücke, en de meneer een nachtje in het ziekenhuis. Wat overigens ook wel weer gezellig was, want de campingbaas kwam hem vier keer opzoeken, en de man die hem had aangereden ook tweemaal, en de andere Italiaanse oudjes in het ziekenhuis namen hem op in de familie.

De goede lezer had hem misschien al door: ik poets hier mijn Duits op. De toeristen hier zijn vooral Duitse camper-stellen van gepensioneerde leeftijd. Die tegen mij zeggen als ik in het Engels begin dat ik toch zeker wel Duits op school heb geleerd? Nou dan! Het zijn allemaal sehr nette leute, en buurmans, waar ik me een beetje om bekommerd heb omdat-ie een paar dagen nauwelijks kon lopen, zei mij gisteren dat hij, als hij dertig jaar jonger was geweest, het wel zou weten, ik was toch zo leuk. Haha, heb ik weer, geen knappe Italiaan maar een bejaarde Duitser die onder het gedeelde genot van een fles wijn mij de bijna-verliefdheid verklaart.